Leek

Na de stichting van Nienoord (1525) begonnen de verveningen met het graven van het kanaal het Leekster Hoofddiep. Hoogteverschillen maakten de aanwezigheid van sluizen nodig. Rond sluizen zijn op meerdere locaties in ons land plaatsen ontstaan. Zo ook bij de sluis in "De Leke". Hier werd tevens een verdedigingsschans aangelegd. Deze schans is nog heel lang in het dorpsbeeld zichtbaar geweest. Nu staat winkelcentrum De Liekeblom op het voormalige schansterrein.

Leek werd in 1660 kerkdorp, door een schenking van de Vrouwe van Nienoord.

Het dorp groeide, mede door bedrijven die met scheepvaart te maken hadden. Schepen kwamen niet leeg terug; turfvaart ging over in handelsvaart. Het Leekster schippersgilde getuigt nog van dit roemrijke verleden. Leek was zelfs thuishaven van Oostzeevaarders, De straatnaam Schreiershoek was de plaats waar afscheid voor langere tijd van dierbaren werd genomen. Er kwamen scheepswerven, een leerlooierij en een aantal molens.

Aan het einde van de 17e eeuw, begin 18e eeuw vestigden zich in Leek Joodse handelslieden. Hoewel nooit zo groot in aantal, wellicht tussen de 60 en 100, gaven zij Leek een imago van levendigheid. Aan het Leekster Hoofddiep, vlakbij de Tolbertervaart ligt de Joodse Begraafplaats, opgericht in 1793. Een Joodse begraafplaats moest in die tijd, volgens Joodse regels, 1500 meter buiten de bebouwde kom van het dorp liggen.

De kanalen als doorgaande route

De kanalen, gegraven ten behoeve van de verveningen, werden belangrijk als vaarweg vanuit het Zuidelijk Westerkwartier, via het Leekstermeer naar de stad Groningen. Te voet naar Leek, van daaruit per trekschuit, later per stoomboot naar de stad, was eveneens een gebruikelijke reisroute.

Al voor de Tweede Wereldoorlog bleek dat het vervoer over land het vervoer over water ging verdrijven. In 1913 bracht de stoomtram Drachten - Groningen daarin al verandering. Tot 1948 werden op de lijn passagiers vervoerd, tot 1 juli 1985 goederen. De lijn is daarna opgebroken.

De bij de verveningen vrijgekomen landbouwgrond werd verkocht aan de veenarbeiders, die er een klein boerenbedrijf stichtten. Na de Tweede Wereldoorlog konden deze boeren van hun bedrijfjes (veelal 1- 5 ha.) niet meer rondkomen. Het zijn nu veelal woonboerderijtjes geworden. Er ontstond behoefte aan nieuwe werkgelegenheid. In 1959 werd Leek aangewezen als industriekern.

Pagina opties